Nieuwe functies in FileMaker Pro 10
FileMaker Pro 10 bevat de volgende nieuwe functies en verbeteringen.
Verbeteringen van de bruikbaarheid
  •
Statusbalk — Met het opnieuw ontworpen statusgebied, dat er nu uitziet als een werkbalk boven aan het FileMaker Pro-venster, kunt u de meeste taken uitvoeren. Gebruik de statusbalk bijvoorbeeld om in de zoek- of bladermodus snel zoekopdrachten uit te voeren. Sleep de cursor over de statusbalk heen om knopinfo weer te geven. Zie De statusbalk gebruiken.
  •
Opgeslagen zoekopdrachten — Sla complexe zoekopdrachten op voor later gebruik in volgende FileMaker Pro-sessies en bekijk recente zoekopdrachten met behulp van knoppen op de statusbalk. Zie Een zoekopdracht opslaan en Opgeslagen zoekopdrachten beheren.
  •
Verbeterde zoekmodus — Een klein pictogram Modustabs in het statuspaneel geeft nu de velden aan waarmee u in uw database kunt zoeken. Zie Zoekopdracht maken.
  •
Knopinfo voor lay-outobjecten — U kunt nu FileMaker Pro gebruiken om een beschrijving toe te voegen die verschijnt wanneer gebruikers in de blader- of zoekmodus de cursor op een lay-outobject plaatsen. Zie Knopinfo toevoegen in lay-outs.
  •
Scherm Snel aan de slag met FileMaker — Maak een FileMaker Pro-database op basis van een Microsoft Excel- of Bento 2-bestand (of een hogere ondersteunde versie). Zie Bestanden openen vanuit het scherm Snel aan de slag met FileMaker. Vanuit het deelvenster Meer info krijgt u toegang tot instructiematerialen, zoals video's en de FileMaker Pro-zelfstudie. Zie Met het scherm Snel aan de slag met FileMaker leren werken met FileMaker Pro.
  •
Verbeterde startklare oplossingen — Maak een database op basis van een bijgewerkte startklare oplossing (databasesjabloon) om voordeel te halen uit de beste nieuwe mogelijkheden van FileMaker Pro. Zie FileMaker Pro-bestanden maken.
  •
Geavanceerde herstelopties — Voer een consistentiecontrole uit op bestanden waarvan u vermoedt dat ze beschadigd zijn, selecteer specifieke te herstellen bestandsonderdelen en bekijk informatie over de status van het bestand. Bekijk een gedetailleerd logbestand over het bestandsherstel tijdens en na het bestandsherstelproces. Zie FileMaker Pro-bestanden herstellen.
  •
Dynamische subresumérapporten — Bekijk in de bladermodus herberekende resuméwaarden in real time wanneer gegevens wijzigen. Zie Records in een formulier, lijst of tabel weergeven.
  •
Meer lay-outthema's — Kies een van de nieuwe lay-outthema's in de wizard Lay-out/rapport maken om uw rapporten verder te verbeteren. Zie Een lay-out maken.
  •
Sorteervolgorde — Wanneer u records aan een gevonden reeks toevoegt, worden die meteen in de gesorteerde volgorde ingevoegd. Zie Records sorteren.
Samengebruiken en samenwerken
  •
Extra ondersteuning voor ODBC-gegevensbronnen (de zogeheten externe SQL-bronnen of ESS) — Bekijk, open en gebruik gegevens uit SQL-tabellen in Microsoft SQL Server 2008, Oracle 11g en MySQL 5.1 Community Edition. Definieer invoerlijsten met behulp van velden in ODBC-gegevensbrontabellen. Gebruik Windows-verificatie (Eenmalige aanmelding) om toegang te krijgen tot ODBC-gegevens vanuit Microsoft SQL Server. Krijg toegang tot nauwkeurige door SQL ondersteunde tijdstempelgegevens uit ODBC-gegevensbronnen. Zie ODBC-gegevensbronnen bewerken.
  •
Microsoft Excel 2007/2008 — Importeer gegevens uit en exporteer gegevens naar Excel 2007/2008-bestanden. Zie Records opslaan en verzenden als een Excel-bestand.
  •
Betere ondersteuning voor het importeren van gegevens uit Bento 2 (Mac OS) — Gebruik standaardimportprocedures in FileMaker Pro om informatie uit een Bento 2-gegevensbron (of een hogere ondersteunde versie) over te brengen naar een FileMaker Pro-bestand. Zie Bento-gegevens importeren (Mac OS).
  •
Ondersteuning voor het direct verzenden van e-mails via een SMTP-server — Kies op de menubalk Bestand > Post verzenden of gebruik een script om e-mailberichten direct vanuit FileMaker Pro-bestanden te verzenden zonder gebruik van e-mailclientsoftware. Zie E-mailberichten op basis van recordgegevens verzenden of de Post verzenden script step.
Scripts creëren
  •
Scriptactiveringen — Geef op dat een script moet worden uitgevoerd wanneer een bepaalde gebeurtenis plaatsvindt, bijvoorbeeld wanneer een gebruiker of script een bepaald veld selecteert, wijzigt of verlaat; wanneer op een toets wordt gedrukt; wanneer een veld wordt gewijzigd; of wanneer een record wordt vastgelegd. Zie Scriptactiveringen instellen.
  •
Verbeterde gebruikersinterface voor het schrijven van scripts — Gebruik de opdracht Scripts beheren (voorheen ScriptMaker) om een standaardscript weer te geven dat u kunt gebruiken als uitgangspunt voor het schrijven van uw eigen scripts, om na te gaan of individuele scriptstappen in webpublicaties of FileMaker Server-schema's worden ondersteund, en meer. Wanneer het FileMaker Pro-venster op maximale grootte wordt weergegeven, wordt het dialoogvenster Scripts beheren niet meer op maximale grootte geopend. Zie Scripts maken en bewerken.
  •
Verbeteringen in de foutmelding — Scriptstappen voor besturing wissen niet langer de laatste fout die door FileMaker Pro is gemeld. Zie Scriptstappen voor besturing.
Functies en scriptstappen
  •
Scriptstap 'BijTimer-script installeren' — Voert een opgegeven script uit met het opgegeven interval. Zie BijTimer-script installeren.
  •
Scriptstap 'Opgeslagen zoekopdrachten bewerken openen' — Opent het dialoogvenster Opgeslagen zoekopdrachten bewerken, waarin de gebruiker nieuwe zoekinstructies kan definiëren of bestaande zoekinstructies kan bewerken. Zie Opgeslagen zoekopdrachten bewerken openen.
  •
Scriptstap 'Afdrukken' — Is verbeterd zodat u nu tijdens de uitvoering van een script een opgegeven doelprinter kunt opslaan met een naam van elk gewenst aantal tekens. Zie Afdrukken.
  •
Scriptstap 'Veld op naam instellen' — Hiermee kunt u met behulp van een berekening een veldnaam dynamisch opgeven in een script en hoeft u niet elke mogelijke veldnaam in een If...Else-constructie op te geven. Zie Veld op naam instellen.
  •
De functie Char(getal) — Geeft als resultaat de tekens die de Unicode-punten voor een bepaald getal vertegenwoordigen. Zie Char.
  •
De functie Code(tekst) — Geeft als resultaat de Unicode-punten voor de opgegeven teksttekens in getalnotatie. Zie Code.
  •
De functie GetFieldName(veld) — Geeft als resultaat de volledige veldnaam (tabelnaam::veldnaam). Zie GetFieldName.
  •
De functie Get ( LijstDocumentenpad ) — Geeft als resultaat een recursieve lijst met bestanden en mappen die zich bevinden in de map die het resultaat was van de functie Get ( Documentpad ). Zie Get ( LijstDocumentenpad ).
  •
De functie Get ( ToetsaanslagActivering ) — Geeft als resultaat de teksttekenreeks die een scriptactivering van het type BijToetsaanslagObject of BijToetsaanslagLay-out heeft geactiveerd. Zie Get ( ToetsaanslagActivering ).
  •
De functie Get ( CombinatietoetsActivering ) — Geeft als resultaat de toestand van de combinatietoetsen van het toetsenbord (zoals Shift en Ctrl) op het ogenblik dat een script werd geactiveerd. Zie Get ( CombinatietoetsActivering ).
Verwante onderwerpen 
Ontwerpwijzigingen in FileMaker Pro 10