FileMaker Pro-bestandsverwijzingen (gegevensbronnen) converterenIn een bestandsverwijzing (die in FileMaker Pro 10 een gegevensbon wordt genoemd) worden de paden opgeslagen waar FileMaker Pro zoekt om toegang te krijgen tot een extern FileMaker-bestand. In oudere versies dan FileMaker Pro 7.0 waren bestandsverwijzingen wel aanwezig, maar niet zichtbaar; in FileMaker Pro 7, 8.x, 9 en 10 kunt u ze echter wel weergeven en bewerken: in het dialoogvenster Bestandsverwijzingen definiëren (in FileMaker Pro 7 en 8.x) of in het dialoogvenster Externe gegevensbronnen beheren (in FileMaker Pro 9 en 10).
• Na de conversie van een oplossing die uit meerdere bestanden bestaat, worden de bestanden traag geopend. Gegevensbronnen kunnen wijzen naar externe locaties. U kunt de snelheid waarmee bestanden worden geopend verhogen door gegevensbronnen in te stellen op lokale paden. Controleer ook of er gegevensbronnen zijn met een sterretje in het pad. Dit geeft aan dat de gegevensbron in uw netwerk naar het bestand zoekt. Vervang het sterretje door het IP-adres of de domeinnaam van de computer waarop zich het externe bestand bevindt.
• Na de conversie bevat het dialoogvenster Externe gegevensbronnen beheren meerdere versies van dezelfde FileMaker-gegevensbron. U kunt de gegevensbronnen handmatig consolideren. De meest efficiënte manier om dit te doen, is een nieuwe gegevensbron maken en daarna relaties, scripts, invoerlijsten en alle andere items die mogelijk naar dat bestand verwijzen zodanig aanpassen dat ze de nieuwe gegevensbron gebruiken. Daarna verwijdert u alle oude identieke gegevensbronnen.Opmerking Als u FileMaker Pro Advanced gebruikt, kunt u een reeks databasebestanden hernoemen en automatisch verwijzingen naar gerelateerde bestanden en scripts bijwerken. Zie Bestanden instellen voor Developer-oplossingen (FileMaker Pro Advanced).