De gegevens in een gekoppeld OLE-object zijn opgeslagen in een bronbestand buiten de FileMaker Pro-
database. Het bronbestand kan veranderen. Het kan worden gewijzigd in een
veld of
lay-out in de database of via een ander FileMaker Pro-bestand. Het kan ook rechtstreeks worden gewijzigd vanuit de oorspronkelijke toepassing. Als u met de meest actuele informatie wilt werken, kan het nodig zijn de koppeling tussen het OLE-object en het bronbestand te synchroniseren. Door een koppeling bij te werken, bent u zeker dat u met de meest actuele gegevens werkt.
Koppelingen worden altijd bijgewerkt wanneer een OLE-object wordt geactiveerd. Met activeren wordt hier het uitvoeren van een handeling met het object bedoeld, zoals bewerken of starten, waardoor de toepassing wordt gestart waarmee het object is gemaakt. Wanneer een koppeling is geactiveerd, blijft deze geopend tot u het geopende venster sluit. Als u de koppeling uitschakelt (door buiten het gekoppelde OLE-object te klikken), blijft het venster open, maar wordt de koppeling verbroken. Wijzigingen in de koppeling worden pas doorgevoerd in FileMaker Pro als u de koppeling bijwerkt.