Hogeschool van Amsterdam

"De FileMaker-app neemt ons een heel grote hoeveelheid werk uit handen doordat de data op een gestructureerde wijze in een grote database wordt weggeschreven. Daarbij worden direct de persoonsgegevens gesplitst van de onderzoeksgegevens. Zo weten we zeker dat we voldoen aan privacy-wetgeving en hoeven we ons geen zorgen te maken over dat data op een verkeerde plek terecht komt. Fouten maken is namelijk dodelijk voor goed onderzoek."

HvA-onderzoekers meten motoriek Amsterdamse schooljeugd met iPad-app

Grootschalig onderzoek professionaliseert beroepsgroep en registreert motorische ontwikkeling bij Amsterdamse basisschoolkinderen.

Overzicht

  • Grootschalig onderzoek professionaliseert beroepsgroep van gymdocenten en houdt algemene motorische ontwikkelingen van 5.000 Amsterdamse basisschoolkinderen bij met eenvoudige en veilige app.

Branche

  • Onderwijs

Oplossing

  • Partner Lesterius ontwikkelde een intuïtieve en gebruiksvriendelijke FileMaker-app waarmee studenten Bewegingswetenschappen de motorische ontwikkeling van basisschoolkinderen kunnen registreren. Door de ontkoppeling van persoonsgegevens en onderzoeksdata zijn er geen eenvoudige verbanden te leggen naar de ontwikkeling van individuen.

Voordelen

  • Minder foutgevoelig wat betreft data invoer, gebruiksvriendelijk, veilig door ontkoppeling persoonsgegevens en onderzoeksdata, hoge kwaliteit van dataverzameling
Hogeschool van Amsterdam 1
Het effect van bewegingsonderwijs op basisscholen is onderbelicht. Om iets te kunnen zeggen over de effectiviteit van een beroepsgroep is het noodzakelijk om te meten of interventies effect hebben. Die professionalisering van de beroepsgroep van gymdocenten is voor de Hogeschool van Amsterdam aanleiding geweest voor het opzetten van het onderzoek MAMBO in Amsterdam, waarbij de motoriek van kinderen in het basisonderwijs wordt gemeten. Dat gebeurt met een gebruiksvriendelijke en veilige FileMaker-app op iPads.

Amsterdamse kinderen bewegen steeds minder. "Kinderen die slecht bewegen komen vaak minder goed mee met leeftijdsgenoten", zegt Huub Toussaint, lector Bewegingswetenschappen aan de Hogeschool van Amsterdam. "Minder bewegen en evenveel blijven eten, leidt tot een positieve energiebalans en dat leidt weer tot overgewicht." Hij vertelt dat er nog relatief weinig bekend is over de motorische ontwikkeling bij kinderen. "Bewegen kinderen met een slechte motoriek minder en worden ze daarom dik? Of worden ze op een andere manier dik, waardoor ze minder bewegen en een slechtere motoriek krijgen? Dat zijn belangrijke onderzoeksvragen."

Met een miljoen euro subsidie van het NWO-SIA leggen we een verbinding tussen het onderzoek en de Jeugdgezondheidszorg (JGZ), zodat kinderen waarvan de motorische ontwikkeling buiten de normale range valt, kunnen worden gesignaleerd en in overleg met hun ouders kunnen worden opgeroepen voor aanvullend onderzoek door JGZ.

— Antoine de Schipper, promovendus Bewegingswetenschappen aan de Hogeschool van Amsterdam

Handzaam en niet kwetsbaar

Gymleraren gebruiken de zogenaamde Van Gelder Test om de motorische vaardigheden van kinderen te testen. Die test registreert hoe kinderen onder meer met een bal stuiteren, gooien, vangen, hoe ze lopen, rennen, springen en stil staan. Tot een aantal jaren geleden werden deze testen op papier ingevuld en vervolgens overgetypt op de computer. Bij dat overzetten slopen er veel fouten in. Dat is de reden dat Toussaint op zoek ging naar een alternatief. De Apple-liefhebber wilde een handzaam apparaat dat niet te kwetsbaar was. "In een gymzaal vliegen de ballen je vaak om de oren, dus daar wil je geen hele kwetsbare onderzoeksapparatuur gebruiken." Het was de tijd dat de iPad het levenslicht zag en Toussaint was verkocht. FileMaker, een dochteronderneming van Apple, bood de mogelijkheid om met een lokale database metingen te doen die vervolgens in een grote database werden gesynchroniseerd waarna er analyses op konden worden uitgevoerd.

Ontkoppeling van persoonsgegevens

Het verzamelen van alle onderzoeksgegevens gaat eveneens gepaard met het verzamelen van persoonsgegevens van jaarlijks zo'n vijfduizend kinderen op 32 basisscholen in Amsterdam. "Dan kom je in aanraking met de privacywetgeving, dus zijn we op zoek gegaan naar een manier om de onderzoeksgegevens en de persoonsgegevens te ontkoppelen", vertelt Toussaint. Hij betrok een van zijn promovendi, Antoine de Schipper, bij het project. "De essentie van onze huidige werkwijze is dat we, als er onderzoekers naar een basisschool gaan om metingen te verrichten, een kleine lokale database maken met daarin de namen van de kinderen die op die dag bekeken worden", legt De Schipper uit. "In onze centrale database staan alleen de meetgegevens die zijn gekoppeld aan een uniek nummer. In een separate database worden de namen van de kinderen aan unieke nummers gekoppeld. Die sleuteldatabase staat op een aparte server. De onderzoeksdata zijn dus niet eenvoudig terug te herleiden tot individuele kinderen, als de data bijvoorbeeld gestolen zou worden. We ontkoppelen de persoonskenmerken van de data nog voordat die aan de centrale database worden toegevoegd. Dat is een manier om zorgvuldig om te gaan met de gegevens van de kinderen en te voldoen aan de privacywetgeving."

Achterstanden signaleren

Dat die koppeling toch kan worden gelegd en het onderzoek niet volledig geanonimiseerd wordt, heeft ermee te maken dat iedereen van wie gegevens worden verzameld, recht heeft op inzage van de onderzoeksgegevens. Daarnaast hebben Toussaint en zijn team een subsidie van 1 miljoen euro gekregen van NWO-SIA, het nationaal regieorgaan praktijkgericht onderzoek. Met die subsidie moet de verbinding gelegd worden tussen het onderzoek en de Jeugdgezondheidszorg, zodat kinderen die buiten de normale range vallen kunnen worden gesignaleerd en opgeroepen. Vroeger werden kinderen standaard bij het periodieke gezondheidskundige onderzoek op vijfjarige leeftijd beoordeeld op hun motoriek, maar sinds de taakheroriëntatie doet de Jeugdgezondheidszorg dat alleen nog maar op indicatie. "Uit onze onderzoeksresultaten blijkt dat 20 tot 30 procent van de Amsterdamse kinderen een motorische achterstand heeft. Als wij dit signaleren in ons onderzoek, kunnen we met behulp van de sleuteldatabase bepaalde resultaten aan een specifiek kind koppelen. Dat kind kan dan, in overleg met de ouders, worden opgeroepen voor onderzoek door Jeugdgezondheidszorg", zegt De Schipper.

Tevreden met de app

Hoewel Toussaint ervaring heeft met programmeren, riep hij hulp in voor de ontwikkeling van de FileMaker-app. "Bart van Baren van Lesterius heeft de app ontwikkeld en steeds aanpassingen gedaan naar aanleiding van de feedback die we van gebruikers kregen. Hij heeft ook de security-schil gebouwd. Als een onderzoeker met een iPad naar een school gaat, onderzoekt hij die dag zes klassen, dus moeten er zes namenlijsten van zes groepen in de lokale database komen te staan. Hoe gaat die workflow, wat is de syntax, hoe ga je per groep bekijken welke items er moeten worden toegevoegd? Dat hebben we allemaal in overleg bepaald en laten bouwen. Zo langzamerhand zijn we heel erg tevreden over hoe de app geworden is." Uiteraard houden De Schipper en Toussaint nog een verlanglijstje met mogelijkheden voor de app, maar de realisatie daarvan loopt voorlopig eerder stuk op budget dan op technologische beperkingen.

Procedure sluit fouten vrijwel uit

Het meest bijzondere aan de FileMaker-oplossing vindt Toussaint dat het een heel grote hoeveelheid werk uit handen neemt doordat de data op een gestructureerde wijze in een grote database wordt weggeschreven. Daarbij worden ook direct de persoonsgegevens gesplitst van de onderzoeksgegevens, zodat er geen ingewikkelde procedure ontwikkeld hoeft te worden om ervoor te zorgen dat de data niet op een verkeerde plek terecht komt. "Dat is namelijk dodelijk voor onderzoek, het maken van fouten", zegt Toussaint. "De mens is altijd de zwakste schakel in het proces en wat we nu hebben gedaan met FileMaker is zorgen voor een routine die fouten bijna uitsluit. Daarmee is de kwaliteit van onze procedure enorm beschermd." De onderzoekers hebben eveneens time stamps toegevoegd aan ieder datapunt dat wordt verzameld waarin bovendien wordt geregistreerd wie de data heeft ingevoerd. De Schipper: "We verzamelen met 20 tot 30 verschillende mensen data die we achteraf analyseren. Als er rare uitschieters voorkomen in de gegevens, is het zo eenvoudig te achterhalen of die data wellicht is ingevoerd door iemand die de procedure niet kent of volgt. Daarmee verbeteren we de kwaliteit van onze dataverzameling. We zijn nu in staat om op een bredere schaal naar de kwaliteitscontrole en de procesvoering te kijken."

Contact opnemen met FileMaker

http://www.filemaker.com/nl

Close

Hogeschool van Amsterdam